nl

Vastgestelde rechten in de algemene boekhouding en in de begrotingsboekhouding

In de algemene boekhouding is een recht vastgesteld wanneer "zijn bedrag op nauwkeurige wijze is vastgesteld, de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser bepaalbaar is, de verplichting om te betalen bestaat en er een verantwoordingsstuk in het bezit is van de betrokken dienst" overeenkomstig artikel 8 van de wet van 22 mei 2003.

In de begrotingsboekhouding komt een recht tot stand op het ogenblik van de voorlopige vastlegging wat betreft de uitgaven en bij de vaststelling van het recht wat betreft de ontvangsten. Artikel 7 van de wet van 22 mei 2003 preciseert bovendien dat de rechten die vastgesteld worden tijdens een boekjaar of begrotingsjaar, aan dat jaar gehecht worden, voor zover ze geboekt werden vóór 1 februari van het volgende jaar. Elk recht dat is vastgesteld na die datum behoort tot een volgend jaar.

De algemene boekhouding neemt de structuur van de jaarrekeningen over om een vlotte classificatie mogelijk te maken. Ze wordt gevoerd volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden. Ze betreft alle bezittingen en rechten, alsook de schulden, verplichtingen en verbintenissen van alle aard van elke boekhoudkundige entiteit.

Het boekjaar vangt aan op 1 januari en eindigt op de daaropvolgende 31 december om de begroting en de boekhouding te laten samenvallen.