nl

Vorm en structuur

De begroting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een indicator van de middelen waarover het Gewest beschikt om haar beleid te voeren. De gewestelijke begroting bestaat uit drie begrotingsdocumenten.

Algemene toelichting van de begroting

De algemene toelichting is bij de begroting gevoegd en geeft er de krachtlijnen van weer, alsook een synthese van de ontvangsten en uitgaven, de socio-economische context van de ontvangsten en uitgaven, een financieel verslag en een vijfjarenraming van de ontvangsten en uitgaven bij ongewijzigd beleid.

Middelenbegroting

De Middelenbegroting moet een "raming van de tijdens het begrotingsjaar vastgestelde rechten" bevatten.

Het is dus een raming van de financiële middelen die aan het Gewest verschuldigd zullen zijn op grond van contractuele verbintenissen aangegaan door derden ten gunste van het Gewest tijdens het begrotingsjaar.

Algemene uitgavenbegroting

De algemene uitgavenbegroting bundelt alle begrotingsuitgaven van de diensten van algemeen bestuur van de entiteit, net zoals de middelenbegroting alle begrotingsontvangsten omvat.

De algemene uitgavenbegroting moet uit twee delen bestaan: een eerste deel dat betrekking heeft op de vastleggingskredieten, "ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen die ontstaan of worden gesloten tijdens het begrotingsjaar", en een tweede deel dat de vereffeningskredieten bevat, "ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van de rechten vastgesteld in uitvoering van voorafgaandelijk vastgelegde verbintenissen".

De begroting dient gestructureerd te worden volgens de richtlijnen bepaald door het Besluit van de BHR van 13 juli 2006 betreffende de begrotingscyclus, de structuur van de begrotingsordonnantie, de algemene toelichting bij de begroting en de verantwoordingen bij de begroting. Deze begroting wordt opgesteld in nauw overleg met de Directie Begroting van de GOB.