nl

Het verzekeren van transparantie in de door de COVID-19-gezondheidscrisis veroorzaakte uitgaven

De verschillende autoriteiten in ons land waren genoodzaakt maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus te beperken, de zogenaamde 'sociale-afstandsmaatregelen'. Vanaf hun toepassing hebben deze maatregelen geleid tot een vertraging van iedere vorm van activiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot een algemene vermindering van de sociaaleconomische activiteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wat de kwetsbare groepen nog kwetsbaarder maakt. De Regering heeft noodmaatregelen getroffen om de impact van deze crisis op sociaaleconomisch niveau in te perken en deze crisis zo goed mogelijk aan te pakken.

Om budgettair te kunnen voorzien in de bedragen die nodig zijn voor de financiering van al deze maatregelen, die bij de stemming over de Begroting 2020 nog onvoorzien waren maar nu zeer dringend noodzakelijk zijn, heeft de Regering op de voordracht van de dienst Begroting een beroep gedaan op artikel 26 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle.

Via dit artikel kan de Regering in dringende gevallen, veroorzaakt door uitzonderlijke of onvoorzienbare omstandigheden, bij gemotiveerde beraadslaging, machtiging verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de begrotingskredieten of, bij ontstentenis van kredieten, ten belope van het door de beraadslaging vastgesteld bedrag.

De dienst Begroting werkt al sinds het begin van de crisis aan de voorbereiding van gemotiveerde beraadslagingen in toepassing van dit artikel. Door een beroep te doen op deze beraadslagingen kan ook de transparantie verzekerd worden van alle uitgaven die veroorzaakt worden door de uitzonderlijke omstandigheden waar we nu mee geconfronteerd worden, alsook het goede beheer van de openbare financiën in deze crisissituatie.