nl

De voorbereidende fase of uitwerking van de begroting

Uitwerking van de begroting door de Regering

Deze eerste fase van de begrotingscyclus bestaat erin de verwachte ontvangsten en voorziene uitgaven van de ministers en de administratie voor het beschouwde jaar in detail vast te leggen en te laten goedkeuren door het parlement.

 

De uitwerking van de begroting behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de uitvoerende macht, met name de gewestregering. Laatstgenoemde heeft als opdracht de gewestelijke entiteit te besturen en heeft daarvoor financiële middelen en kredieten nodig.

 

Elk jaar geeft de minister van Financiën en Begroting in een  omzendbrief richtlijnen voor het uitwerken van de begrotingsvoorstellen voor het volgende jaar. Hetzelfde geldt voor de begrotingsaanpassingen tijdens het begrotingsjaar.

 

Deze richtlijnen, die vooraf goedgekeurd worden door de Regering, gelden voor alle begrotingsvoorstellen.

Op basis van de richtlijnen vervat in de budgettaire omzendbrief maakt elke minister met de medewerking van zijn of haar administratie een voorafbeelding van de begroting van zijn of haar diensten. 

 

Deze budgettaire voorafbeeldingen worden vervolgens onderzocht op bilaterale vergaderingen aan de hand van verslagen (adviezen) van de Inspectie van Financiën, de regeringscommissarissen en de Directie Begroting.

Nadat alle budgettaire voorafbeeldingen bilateraal onderzocht werden, legt de minister van Begroting een verslag over de analyseresultaten voor aan de regering.

Dit geeft de regering een beeld van de globale begrotingsramingen en van de inspanningen (besparingen - nieuwe ontvangsten) die nodig zullen zijn om de doelstelling te bereiken die is bepaald wat betreft het financieringssaldo (aanbevelingen van de Hoge Raad van Financiën (HRF) in het kader van de Maastrichtnormen en de sanering van de overheidsfinanciën).

De algemene uitgavenbegroting en de middelenbegroting (ontvangsten) moeten gelijktijdig met de algemene toelichting bij het parlement worden ingediend, uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar.

 

Goedkeuring van de begroting door het parlement

Het is weliswaar de regering die de begroting opstelt, maar de goedkeuring ervan behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van het parlement, dat dus het recht bezit om de begroting vast te stellen.

De algemene uitgavenbegroting en de middelenbegroting worden door de minister van Begroting en Financiën voorgesteld en verdedigd in de bevoegde commissie en in de plenaire vergadering van het parlement, dat vervolgens stemt over de begroting van het betrokken jaar.