nl

Controle van het goede financiële beheer

De controle van het goede financiële beheer, dat deel uitmaakt van de interne controle, werd ingevoerd door artikel 77 van de OOBBC van 23 februari 2006. De bijhorende uitvoeringsmodaliteiten zijn bepaald in het regeringsbesluit van 18 oktober 2007 met betrekking tot de interne controle, en inzonderheid de vakgebonden interne controle, de boekhoudkundige controle en de controle van het goede financiële beheer.

Voor de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel heeft de Regering beslist deze controle toe te vertrouwen aan de Directie Financiële Controle en goed financieel Beheer.

De OOBBC heeft immers bepaald dat de controle van het goede financiële beheer minstens bestaat uit de controle van de subsidies. Zodoende heeft de directie in 2013 haar eerste steekproef van de uitgaven 2012 samengesteld die a posteriori gecontroleerd werd op de toepassing van de principes van het goede financiële beheer.

Goed financieel beheer, in het Engels "Sound financial management", is een "gezond" of "goed" correct beheer, en geen regelmatig of gewoon wettelijk beheer. In de praktijk komt het er derhalve op neer te evolueren naar een cultuur van responsabilisering en prestaties.

Het beginsel van goed financieel beheer zoals beschreven in de OOBBC is afkomstig uit artikel 27 van het financiële reglement van de Europese Unie.

Hierna volgt het fragment dat ons interesseert: "De begrotingskredieten worden aangewend overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer, zijnde conform de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid.

  • Het zuinigheidsbeginsel schrijft voor dat de door de instelling, met het oog op de uitvoering van haar activiteiten, ingezette middelen tijdig beschikbaar worden gesteld in de gepaste hoeveelheid en kwaliteit en tegen de beste prijs.
  • Het doelmatigheidsbeginsel beoogt de beste verhouding tussen de ingezette middelen en de verkregen resultaten.
  • Het doeltreffendheidsbeginsel beoogt dat de gestelde specifieke doelen en de verwachte resultaten worden bereikt."

Door deze beginselen in de ordonnantie op te nemen heeft de Brusselse wetgever een duidelijk signaal willen geven inzake het beheer van de overheidsfinanciën. Zo gaat het niet langer om het controleren van de overheidsuitgaven ten aanzien van het loutere verbruik van begrotingskredieten, maar wel in het licht van de gestelde doelstellingen, de beschikbare middelen en de verwachte resultaten. Deze weliswaar originele en dynamische visie impliceert evenwel dat er doelstellingen (programma's), middelen (activiteiten) en indicatoren gedefinieerd moeten worden om de verkregen resultaten te beoordelen ten opzichte van de gestelde doelstellingen.

In de praktijk beschouwt de directie de OOBBC niet als een extra referentiekader voor de controle, maar als een aanvullend referentiekader. Bij het uitvoeren van haar taken beperkt de directie zich dus niet tot het nagaan van de naleving van de wettigheid- en regelmatigheidscriteria die vervat zijn in de wetgevende en reglementaire teksten die bij de uitgave in kwestie behoren, maar houdt ze eveneens rekening met de naleving van de beginselen van het goed financieel beheer. Zo kan een uitgave regelmatig en conform de wetgeving zijn, zonder daarbij zuinig, doelmatig of doeltreffend te zijn.  

De ordonnantie is hieromtrent ook heel duidelijk en stelt wat volgt: "Bij elke inschrijving van een boekhoudkundige vastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich van [...] de naleving van het beginsel van goed financieel beheer". Aangezien de diensten verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de interne controle waarmee ze belast zijn, is het belangrijk dat ze gepaste procedures opstellen die het mogelijk maken de naleving van het beginsel van het goed financieel beheer te waarborgen, op dezelfde wijze als de naleving van de wettelijkheid en de regelmatigheid.

Het begrip "goed financieel beheer" wordt al een tiental jaar lang in één adem genoemd met de budgettaire principes inzake Zuinigheid, Doeltreffendheid en Doelmatigheid, in het Engels ook wel de "3 E's" genoemd (Economy, Efficiency en Effectiveness). Het goede financiële beheer gaat hand in hand met de modernisering van de overheidsboekhouding en meer algemeen met de modernisering van het openbaar bestuur. Ze maakt deel uit van een algemeen opzet om de kwaliteit van de financiële informatie, van het beheer en van de besluitvorming te verbeteren. Zorgen voor een goed financieel beheer is een extra stap in de richting van een goed bestuur, en in het bijzonder naar de beoogde doeltreffendheid. Het draagt dus ook bij tot een groter vertrouwen bij de burgers dat de overheidsdiensten in staat zijn om het overheidsgeld, dat afkomstig is van hun fiscale en niet-fiscale bijdragen, optimaal te beheren.